Ontmoeting

– Wat kijk jij vrolijk.

– Ja, ik kom net van het slotconcert van de Nederlandse Muziekdagen.

– De Nederlandse wát?

– Muziekdagen.

– Oh…, vertel!

– Zoals je misschien weet, staan Nederlandse orkesten en ensembles niet te trappelen om werk van hun landgenoten op het repertoire te nemen.

– Ja, daar heb ik wel eens over gehoord. Maar daar is toch iets aan gedaan? Is het niet bij wet vastgelegd dat elk orkest minstens 7 % Nederlands werk moet uitvoeren? Kom, hoe heette die man ook alweer…?

– Aad Nuis, staatssecretaris van cultuur. Dat was eind jaren negentig, maar dat zette totaal geen zoden aan de dijk: de uitvoerders vonden altijd weer manieren om die 7 %-norm te omzeilen. Maar de Nederlandse Muziekdagen bestaan al sinds 1989.

– En die zetten wel zoden aan de dijk?

– Nou, eh… in ieder geval spelen gerenommeerde orkesten en ensembles een paar dagen lang uitsluitend Nederlandse muziek. Dit jaar zelfs vijf dagen!

– In concertzalen van Groningen tot Maastricht en van Harlingen tot Middelburg?

– Nee, in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Maar met een uitgebreide randprogrammering en beiaardmuziek van de Domtoren. En Radio 4 zendt bijna alle concerten live uit.

– Spannend. Wie programmeert het?

– De eerste jaren een programmacommissie, maar in 1995 kwam de Centrale Programmeur – een aansprekend figuur uit het Nederlandse muziekleven die het festival naar eigen inzicht in mag vullen.

– Oh, mensen als Moniek Toebosch, Eleonore Pameijer, Jacqueline Oskamp…?

– Eh, nee… tot nu toe waren het Ed Spanjaard; Hans Hierck; Ton Hartsuiker; Han Reiziger; Jan van Vlijmen en Leo Samama. De afgelopen editie werd geprogrammeerd door Lucas Vis.

– Ah, de directeur van het Amsterdams Conservatorium. Zeker veel werk van aanstormend compositorisch talent?

– Er was inderdaad een compositiewedstrijd, en een compositiemasterclass voor Jonge Honden van Martijn Padding en Louis Andriessen. Bovendien had Vis een antwoord op De Staat van Andriessen laten componeren, voor het Nederlands Blazers Ensemble en vier Utrechtse jeugdorkesten.

– Door Caroline Berkenbosch zeker? – Zo’n gigaorkest is echt een kolfje naar haar hand.

– Nee, door Arthur Sauer. Er was trouwens ook nog een opdracht voor een vioolconcert voor het Radio Filharmonisch Orkest.

– Ik wed van Hanna Kulenty – die schrijft werkelijk topconcerten!

– Nee…, van Guus Janssen.

– En verder?

– Muziek van Theo Loevendie, Otto Ketting, Willem Pijper, Theo Verbey, Chiel Meijering, noem maar op.

– Hmmm… Nederlandse Muziekdagen? Nederlandse Mannendagen, zul je bedoelen!

Thea Derks
Eerder verschenen in Oorsprong februari/maart 2003

 

Dit bericht is geplaatst in Thea Derks. Bookmark de permalink.